zondag 3 september 2017

We moeten naar het WK

Ik maak me zorgen. De kans is redelijk aanwezig dat ik tijdens de zomer van 2018 geen gegronde reden heb om op een willekeurige maandag en/of dinsdagavond naar de kroeg te gaan. Oranje, daar hebben we hier het over. De mannelijke AliExpress variant op de succesvolle vrouwenvoetbalsters. En die zouden, zo was het idee, volgend jaar in Rusland mee moeten doen aan het WK. En daar zit ‘m nou net de angel. Dat loopt niet. Nee. Dat loopt nog voor geen meter. Sterker, we moeten er serieus rekening mee gaan houden dat we - opnieuw - een eindronde gaan missen als Nederland. En inderdaad, ik zeg ‘we’. Want, ‘we’ winnen en ‘ze’ hebben verloren.

En vooralsnog gaan ‘ze’ dus niet naar het wereldkampioenschap voetbal. Ik weet dat half vrouwelijk Nederland er een moord voor zou doen om de zomer opnieuw zonder elke avond Jan Mulder en Johan Derksen op de televisie door te komen, maar wij mannen zijn dit verzetje nu eenmaal nodig. Net als twee keer per week Champions League, op donderdag de Europa League, vrijdagavond Jupiler League, zaterdag de lokale amateurs én - heel belangrijk - 'Match of the day’, zondag is Eredivisie en ten slotte hebben we de maandag gereserveerd voor de competitie uit Oezbekistan. In ruil daarvoor zetten wij het vuilnis buiten en liegen liefdevol dat je de knapste vrouw uit ons leven bent.

Daar moet dus in 2018 nog even een WeeKaatje aan toegevoegd worden. Met een Oranje tint. Zodat deze jongen weer een goed excuus heeft om op maandagavond een paar vazen bier naar binnen te harken. En ik weet wel dat we geen rol van betekenis zullen gaan spelen, maar ik hou gewoon van die weken rondom zo’n eindtoernooi. Heel Nederland is opeens weer lief voor elkaar. Kale mannen die elkaar op een verlaten bospad de hersenpan in lopen te rammen, staan dan ineens rood-wit-blauwe vlaggetjes op elkanders wang te schminken, die ene chagrijnige buurman lijkt met een opblaasbare oranje klomp op z’n hoofd ineens een stuk vriendelijker en papa’s & mama’s hebben meer feest in de slaapkamer. Of op het aanrecht, zo u wilt.

Daarom zou het voor Nederland goed zijn, de economie bloeit weer op, want papa wil een nieuwe 65 inch LED televisie, de diepvries vol bitterballen en een koelkast vol bier. Ons landje wordt dankzij het voetbal weer een eenheid, de driekleur met oranje vaan kan weer trots in de nok, politieke verschillen tellen niet meer wanneer Arjen Robben aan de bal is, Dick Advocaat als beschermheer van de polder. Dit alles is mogelijk wanneer ‘we’ weer gewoon naar het WK gaan.

Dat Wolter Kroes dan hoogstwaarschijnlijk met een nieuwe single komt, neem ik dan maar voor lief.

zaterdag 26 augustus 2017

Nieuw bekeravontuur

Oké, dit is niet echt waar ik over gedroomd hebt vannacht. Ik droomde vannacht dat Jacco Riemens Wout Weghorst door de benen speelde, om daarna de bal in de 89e minuut de 1-0 in de bovenhoek te janken. Als het geen publiekstrekker als PSV/AJAX/Feyenoord of Az zou worden, dan toch een BVO uit Brabant of Limburg. Die zo’n tripje hetzelfde beleven zoals ik naar de tandarts ga: ‘gewoon stil blijven zitten, dan is het allemaal zo voorbij’.

Dan is een loting tegen De Treffers wel een tegenvaller. Stiekem. Tweede divisie. Oké, wel thuis. Voor hetzelfde geld mag je op woensdagavond aantreden in en tegen Hoek. Hoek, dat is Nederland. Maar ligt acht kilometer dichter bij Parijs dan Antwerpen.

Wat wel een voordeel is, is dat we dit jaar weer een vracht spelers uit de A1 hebben laten doorstromen. Jongens, die nog toeschouwer waren tegen Fc Groningen, Fc Twente, ADO Den Haag & PSV. Jongens die weten hoe geweldig het is om zoiets mee te maken vanaf de tribune.

Wij zijn cupfighters, wij hebben vaker met dit bijltje gehakt. Maak dat we het boek over het honderdjarig bestaan van Sportclub Genemuiden moeten uitbreiden met zestien pagina’s, door opnieuw een doldwaas bekeravontuur.

Ik heb er zin in, u ook?

maandag 14 augustus 2017

Nickje en de jacht op het verjaardagscadeau

De nacht van twaalf op dertien augustus, 1993.


Nah, ze leggen de sinterklaascadeautjes hier toch ook altijd neer? Uiterst voorzichtig kruip ik over de zolder, onderweg stoot ik zowel mijn linker voet als mijn rechterknie aan een stoel die al zo lang ik het me kan herinneren staat te verstoffen op de hoogste etage van ons huis. Zo’n stoel waarvan m’n moeder het zonde vindt om het weg te gooien, maar in de woonkamer is er ook geen plek meer voor. En ik weet precies waar deze stoel ook staat, want in de vakanties is het mijn troon, de troon van ‘Paleis Nick’, (Paleis Nick is een hut, gemaakt van dekens die over de waslijn op zolder zijn gegooid, in het midden staat de verbannen woonkamerstoel waarop ik in de vakanties Donald Ducks lees met behulp van een zaklamp. Als het onweert ga ik er ook stiekem heen, niet doorvertellen aan m’n ouders) Normaal zie ik de stoel ook, want dan heb ik het licht op zolder aan. Nu niet. Als ik het licht aan zou doen, weten m’n ouders meteen dat ik op zolder aan het rondsnuffelen ben. En dat is niet de bedoeling.


Nee, dat is totaal niet de bedoeling. Ik ben op jacht, op een verkenningsmissie. Hoeveel leed kun je een kind aandoen, door de cadeautjes voor iemands verjaardag al in huis te hebben en vervolgens te verstoppen op zolder? Daarom kruip ik nu in het pikkedonker over de ietwat stoffige vloer van de zolder. En hoewel mijn moeder altijd zegt dat er geen enge monsters bestaan, ben ik er hier in het duister van de nacht op zolder niet helemaal meer zeker van. Dat het volle maan en stormachtig is, helpt ook niet echt mee. Voor de zekerheid heb ik m’n Bert & Ernie knuffels meegenomen, just in case.


Als een volleerde James Bond kruip en rol ik over dozen en kisten, op zoek naar iets met inpakpapier. Ik heb het vermoeden dat m’n ouders afweten van m’n nachtelijke avonturen rond veertien augustus, want ze hebben het dit jaar wel heul goed verstopt. Of ze hebben geen cadeautjes voor hun enige - en daarmee ook meteen knapste, zoon in huis gehaald. Kan ook. Net op het moment dat ik mijn Bert & Ernie knuffels in de ring wou gooien, zie ik door het licht van de volle maan vanuit mijn ooghoeken een voor mij vreemd object, gecamoufleerd met een van dekens van mijn paleis. Wat is dit? Dit staat er normaal nooit. In mijn enthousiasme ren ik naar mijn vermoedelijke verjaardagscadeau, onderweg stap ik op een verdwaalde Baby Born pop van m’n zusje. U weet wel, zo’n apparaat wat ook nog eens een bak lawaai produceert zodra je het aanraakt. En dat deed het dus. Nooit geweten dat een Baby Born pop zoveel herrie kon maken. Uit een reflex smijt ik het stuk kinderspeelgoed van me af, met een doffe klap komt het terecht tussen de fotoboeken van m’n ouders trouwerij.


Mijn vermoeden is bevestigd: Nick Hoekman heeft ook dit jaar weer voortijdig zijn verjaardagscadeau gevonden. Met militaire precisie peuter ik aan de de vouwnaden van het inpakpapier het plakband los, hierdoor kom ik te weten dat er voor dit jaar een drumstel op mijn verjaardag gepland staat. Wat een toeval, dat stond ook bovenaan op mijn lijstje.
Heel voorzichtig plak ik het pakket weer dicht, het extra rolletje plakband wat ik voor de zekerheid mee had genomen, was niet nodig. Samen met Bert & Ernie kruip ik voldaan in bed, om alvast te dromen over een concert in Sesamstraat: Bert op gitaar, Nick op drums, Ernie op keyboard en Pino is de zanger.


Veertien augustus, 1993.


“Lang zal hij leven in de gloria”, m’n ouders en zusje komen al zingend de slaapkamer binnengelopen. Leuk, dat gezang, maar het is nu vooral tijd om het pakpapier van mijn drumstel af te scheuren. Ik ren de trap af, loop de kamer in, en daar staat het vierkante gevaarte. Vluchtig check ik nog snel of ik tijdens mijn nachtelijke avontuur geen sporen heb achtergelaten op het cadeau, maar ik kan niks noemenswaardig ontdekken.


“Nou Nick, wat zou daar nou inzetten hè”


Ik lach bescheiden en kijk vragend naar m’n moeder, die begrijpt wat ik bedoel, knikt en zegt “Toe maar”.


Als een piranha die een kip aan het verslinden is, daar moet het op geleken hebben.


“En Nick, wat vind je er van?”

Wauw, een drumstel. Dat had ik echt niet verwacht.

donderdag 10 augustus 2017

Mijn eerste jongerenvakantie

Vijftien jaar, toen ging ik voor het eerst zonder m’n ouders op vakantie. U weet wel, zo’n vakantie waarin je voor het eerst zelfstandig bent. En zelfstandig zijn houdt in dat je ook je eigen ontbijt mag bepalen zonder dat moeders zich ermee bemoeit. Lang leve het ontbijten met broodjes kroket. Want, kroketten zijn het beste tegen een kater. (Misschien is een appel dat ook wel hoor, maar daar heb ik dan nooit zo’n zin aan).


Goed, vijftien jaar was ik dus. Zonder ouders, de hele wereld lag voor ons open. We konden gaan en staan waar we wilden, wij, een groep van twintig opgeschoten tieners die op het punt stonden om deel uit te maken van de grote mensenwereld, niks was onmogelijk en als echte avonturiers trokken we met een sporttas gevuld met schone onderbroeken en een pot gele gel van de kruidvat de wijde wereld in. Ik hoor u denken: ‘Miami’, ‘Ibiza’, ‘Kreta’, ‘St Tropez’, of misschien gewoon 24 uur in een touringcar naar Lloret de Mar? Of anders Terschelling? Nee, niks van dat alles. Mijn eerste jongerenvakantie was hemelsbreed dertig kilometer van mijn eigen bed verwijderd: Ommen.


In Ommen heb je een jongerencamping - Dennenoord, en hier sloegen wij ons tentenkamp op. Een tentenkamp dat bestond uit twee verkapte circustenten waarvan er eentje werd ingericht als slaapvertrek en in de andere werden de koelkasten geïnstalleerd en vakkundig volgestapeld met bier, terwijl de speciaal voor deze vakantie aangeschafte ghettoblaster werd ingewijd met cd’s van Rammstein, Jovink en Aprés Skihut deel vijf. Kortom, het begon goed.

Maar zoals altijd zijn het de vrouwen die de vakanties verpesten, zo ook nu. Haar naam was Moeder Natuur en ze vond het nodig om de Hollandse zomer te voorzien van een traditionele bak regen. Toen kwam ook het moment dat we er achter kwamen dat onze slaaptent zich in een soort van kuil bevond. Met als gevolg dat onze slaapvertrek volliep met water en wij ons ongeveer konden inbeelden hoe het op de Titanic moest zijn geweest. Gelukkig waren we toen ook al heel innovatief ingesteld, want met een paar lege kratten bier onder het luchtbed is het ergste leed wel geleden. (Ook het leegmaken van deze kratten bier had een positieve uitwerking op het geheel).


Ik hoor u denken: ‘Leuk, Nick, zo’n verkapt scoutingstripje met je vrienden naar Ommen, maar werd er nog een beetje gestapt?’. Zeker wel. Oké, het centrum van Ommen is nu niet bepaald een barstrip zoals we die kennen van Cherso of Mallorca, maar we zaten vlakbij uitgaanscentrum ZaalDijk. En - dit is het mooiste, op de camping hadden ze ook een soort van kleine discotheek gebouwd. Of een grote keet, het is maar net hoe zonnig je het inziet. Voor het gemak noemden we dit bouwval ‘StalDijk’, omdat het gebouwd was in een - u verwacht het niet - stal. En hier werden elke avond dappere pogingen ondernomen om de aanwezige dames in te palmen met slechte openingszinnen en oprechte complimenten.

Of het mij gelukt is? Mwoah, ik had op mijn vijftiende nog niet in de gaten dat badslippers, witte sportsokken en een shirtje van Jovink niet echt bepaald een babe magnet zijn. Zelfs niet in StalDijk.

woensdag 2 augustus 2017

Mijn Ajax kapper

Er zijn veel dingen die ik jullie kan aanraden, zoals een Ajax mok voor op het werk. Zodat je de hele dag het Ajax logo richting je collega kunt draaien die voor een concurrerende clubs is. Of, een hamster. Voor de momenten dat er een speler het veld in komt die je niet zo leuk vindt en hierdoor de hamster kunt gaan aaien (Zelf gebruik ik ze altijd als stressbal, maar dat mag je niet hardop zeggen van de dierenbescherming)


Maar wat ik echt iedereen kan aanraden: zoek een Ajax kapper. Ik heb er namelijk een, zo’n Ajax kapper. Nou ja, het is niet echt een Ajax kapper, maar per toeval kwamen we erachter dat we dezelfde grote voorliefde hebben voor de Amsterdamsche voetbal grootmacht. En dat is ook wel zo fijn, echt. Er is niks ellendiger dan naar een kapper te gaan waar vrouwen met zo’n droogkap op zich naast je de Libelle zitten te lezen. Ondertussen vraagt de kapster van dienst of je al vakantieplannen hebt voor dit jaar, zo ja > waar ga je heen. Zo nee > waarom niet. Als de vakantieplannen zijn besproken komen ze meestal uit op het weer van die dag en de weersverwachtingen van de aankomende week. Kortom: je zit er niet voor je plezier.


Goed, hier heb ik dankzij mijn Ajax kapper dus geen last meer van. Zodra ik in de stoel zit, gaat het gesprek voor 98% over Ajax. De overige 2% gaan over hoe ik het geknipt wil hebben, vanochtend was ik er weer eens, want op matchday moeten de haartjes fresh zitten.  


“En? Hoe wil je het hebben? Zoals gewoonlijk?”


  • Ja, doe maar gewoon kort, lekker zomers


“En? Wat verwacht je er van vanavond?”


  • Sowieso winst man, echt. Ik denk 2-0. Jij?


“Ja ook, ik denk zelfs 3-0, helemaal nu die geflipte italiaan er niet bij is bij Nice”


  • Haha, ja, wat een figuur is dat joh. Dan mag Dolberg wel emotieloos zijn, dat liever dan deze uit de kluiten gewassen soepstengel


“En de vriendin van Dolberg is ook veel lekkerder dan die van Maffe Mario”


  • Kan ook snel, want Balo is vrijgezel


“Oh echt? *checkt Instagram* Oh ja, je hebt gelijkt”


Goed, hierna kwam ik erachter dat gesprekken met de kapper ook gevaarlijk kunnen zijn en je dus goed moet opletten wat je zegt, maar helemaal wánneer je ze zegt:


  • Wat vind je van het aantrekken van Lamprou dan? Best een redelijke keeper toch?


Op dit moment was de kapper bezig met de tondeuse, bij het horen van de naam Lamprou begon hij iets te grommen en dirigeerde de tondeuse recht m’n oor in. Hierna vroeg de kapper of ik nog vakantieplannen had en of ik de weersverwachtingen voor de komende dagen al had gezien.

Vanavond kijk ik Ajax - Nice met een stel vrienden. Die gaan geheid vragen waarom er een pleister op m’n oor zit. En dan moet ik dus gaan uitleggen dat dit door Kostas Lamprou komt. Bij mij heeft de ietwat kleine Griekse keeper nu al een onuitwisbare indruk achtergelaten.   

vrijdag 21 juli 2017

Geschrokken door zelfmoord

‘Linkin Park frontman Chester Bennington pleegt zelfmoord’. Het is een bericht wat meerdere malen voorbij komt op Twitter. Uit een soort van automatisme drukt mijn duim op het linkje om me door te verwijzen naar de website van de NOS. Ik lees het, lees het nogmaals. En ik schrik. Het besef dringt tot me door dat deze gevierde muzikant een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Schrik ik omdat ik een fan ben van Linkin Park? Nee. De muzikale afslag die Linkin Park heet, ben ik nooit bewust opgereden. Het was er gewoon, maar ik kreeg er geen gevoel bij. Net zoals ik dat destijds ook niet kreeg bij het drankje Boswandeling en keeper Ronald Waterreus. Waar ik wel van schrok is dat er iemand is die van zijn laatste bewuste handeling een eeuwige en onomkeerbare heeft gemaakt.

En daar schrik ik van. Ik schrik er elke keer van zodra bekende mensen zelfmoord plegen. Is het bij bekende mensen dan erger, dat ze zelfmoord plegen? Nee. Maar het komt hierdoor wel in het nieuws. En hierdoor word ik weer met m’n neus op de feiten gedrukt. Suicide is er altijd. Het ligt altijd op de loer. En ja, het gaat nu - redelijk - goed. Ik weet zelf wat mijn grenzen zijn en wanneer ik aan de bel moet trekken. Mijn stemming kan ik prima uitleggen in getallen, tussen de een en de tien. Ik schommel nu rond een vijf. Soms een zes, soms een vier. Dat is voor mij prima. Wanneer mijn stemming beneden de vier komt, gaat het slecht en begint suicide weer een optie te worden. Maar voordat mijn stemming zakt van een vier naar een drie, gaan bij mij de alarmbellen af en grijp ik zelf naar professionele hulp. Die afspraak heb ik met mezelf gemaakt, daarvoor sta ik sterk genoeg in m’n schoenen.

Voor nu althans. Want er zijn zoveel mensen die deze afspraak met zichzelf hebben gemaakt. Zoveel mensen die ouder dan ik zijn, zolang hebben geworsteld met depressies en angststoornissen, het gevecht met én tegen zichzelf plus de buitenwereld hebben gewonnen. Keer op keer. En toch, en toch komt er bij sommige een moment dat je alsnog verliest. Dat de sluipmoordenaar die psychische klachten heet alsnog toeslaat, vanuit het niets. Hij palmt je heel rustig in. Als een python die langzaam en nietsvermoedend om je nek hangt als een vriend die er voor je is. Maar steeds verder zijn slangenleren-vel om je nek aantrekt, tot er een moment komt dat je niet meer terug kunt. Dat het te laat is, het je verstikt en langzaam in slaap sust.

En dat maakt me bang. Dat er ooit een moment komt dat deze python mij heel langzaam besluipt, om vervolgens toe te slaan. En dat wil ik niet, het leven is te leuk om te laten verpesten door zo’n kut slang.

woensdag 12 juli 2017

Mijn eerste concert: Guns N' Roses. Nijmegen, 1993.

Ik ben best een lucky gozer, mijn debuut als Ajacied was toevallig in de periode dat ze onoverwinnelijk waren. En mijn allereerste concert was er ook niet eentje die je elke dag meemaakt, ik was zeven jaar oud. Of jong. Dan ga je - meestal, met je ouders naar K3. Of Ernst, Bobbie & de rest. Of - als je heel erg living on the edge bent, Spice Girls. Nee, Nickje niet, die moet zulke dingen meteen weer overdrijven. Oké, dat je vader een liefhebber van gitaarmuziek is, sprak natuurlijk ook in mijn voordeel.

Mijn eerste concert was dat van Guns N’ Roses, in Nijmegen, 1993. Er zijn mindere bandjes om je debuut als concertganger te maken. Samen met vriend Max - ook zeven - mochten we bij onze vaders op de motor richting Nijmegen. Weet ik daar nog veel van? Ja. Muziektechnisch? Nee, helemaal niks. Ik mocht mijn moeder bellen, vanuit een telefooncel. Dat vond ik toen al heel wat. Ja, kinderen die geboren zijn ná 1995 > vroeger hadden we telefooncellen. Dat waren eenpersoons bushokjes, met een telefoon. Zonder QWERTY toetsenbord, dus jullie zouden er waarschijnlijk toch niet mee overweg kunnen. Overal waren kampvuurtjes, over het hele terrein. Ik vond het een magisch gezicht. Waarschijnlijk waren het gewoon twee of drie kampvuurtjes, maar dat vond ik op die leeftijd ook al best veel.

Van het concert zelf kan ik me niks herinneren, behalve dat de braveheart in mijn jonge lichaam naar boven kwam en ik naar voren moest en zou. Naar voren, daar waar de grote mannen met tatoeages staan en mij alleen zouden opmerken wanneer ze me na het concert onder hun kisten met stalen neuzen vandaan zouden schrapen. “Nah, een blikje bier met voortanden een neus en twee oren, wat raar. Oh, wacht het was een kind”. Voor het gevoel speelde m’n vader het toneelstukje mee en liep een stukje met me mee naar voren, maar halverwege deze pelgrimstocht over de groene heuvels van het Nijmeegse Goffertpark richting het podium, veranderde braveheart hier in een eeneiige tweeling van Calimero. Dat waren ineens wel heel veel mannen in leren jacks die boos op elkaar waren. Later leerde ik pas dat ze niet boos waren, maar dat dit pogoën was en ik dit op latere leeftijd zelf ook heel leuk zou vinden. En nog steeds vindt.

Als zevenjarige dreumes was zo’n avondje hard rocken best vermoeiend. Gelukkig waren de vrienden van m’n vader zo lief om Max en mijn persoontje in een winkelwagentje voort te duwen. Dat vond ik gaaf. En ook spannend, want, hadden we nu een winkelwagentje gestolen? Ja toch? Zoveel spanning kon mijn kleine lijfje toen nog niet aan hoor. Ik hoorde overal sirenes, maar zag geen zwaailichten. Het zal toch niet? Hebben ze ons door? Heb ik werkelijk eerder een strafblad dan een zwemdiploma? Gaat mijn moeder me morgen opzoeken in het gevang met een taart waarin ze een vijl heeft verstopt? Dit zal me toch niet gebeuren zeker. De sirenes kwamen steeds dichterbij en in de lucht zie ik de lichtsignalen van de sterke arm der wet de hemel blauw kleuren, ineens komen er twee ME busjes aangescheurt, vanuit een oerinstinct handel ik in een splitsecond, als een katachtige duik ik vanuit het winkelwagentje een bossage in. Waarna ik nog zeker even een minuut blijf liggen, om te wachten tot ze iedereen hebben ingerekend. Iedereen, behalve ik dan.

Zou de kust al veilig zijn? Ik zie geen blauwe zwaailichten meer. Langzaam kijk ik over de bossages heen, geen politie meer te zien. Wel een tiental mannen van middelbare leeftijd die niet meer bijkomen van het lachen. Uiteraard kwam de politie niet voor ons. Vechtpartijtje bij het concert tussen mannen op kisten met stalen neuzen was de aanleiding. Geen groep mannen die twee kleuters in een winkelwagentje vervoeren.


Vanavond staan de mannen van Guns N’ Roses weer in datzelfde Goffertpark. Uit eerbetoon ga ik daarom een willekeurig concert van deze heren van YouTube plukken, om de sfeer wat te verhogen heb ik vanmiddag bij de lokale Appie een krat bier en zakken chips gehaald. En om de feestvreugde af te maken, heb ik meteen het winkelwagentje even meegenomen. Kan ik na afloop van het concert zo - hup, vanuit het winkelwagentje in bed springen. Net als bijna vijfentwintig jaar geleden.