vrijdag 10 november 2017

Nachtelijk bezoek van het inbrekersgilde

Deze week mocht ik voor oppassertje spelen. Het leven van twee katten, twee honden én mijzelf hadden mijn ouders in handen gelegd van hun oudste, knapste en meest wijze zoon. Iets wat er toch voor zorgt dat er een behaaglijk gevoel over mijn persoontje neerdaalt, een deken van verantwoordelijkheid. In de praktijk blijkt dat je vooral een persoonlijk assistent voor beide katten bent, en dan het liefst eentje die 24/7 voor deze viervoetige allesoverheersende staart dragende wezens klaarstaat.


Het idiote is, dat je uiteindelijk nog voor deze manipulerende muizendoders zwicht ook.


“Miauw”


“Aaah schatje, wat is er?”


“Miauw, prrrrt” *loopt richting voederbak*


“Je hebt net al brokjes gehad hè”


“Miauw miauw” *geeft kopjes tegen m’n scheenbeen*


“Nee, niet zeuren, klaar”


“MIAUW, MIAUW, MIAUW” *klimt tegen m’n spijkerbroek omhoog*


“Oké, vooruit, een paar brokjes dan”


“Miaaaaauuuuw” *geeft kopjes alsof je de leukste mens op aarde bent*


En dit gedoe herhaalt zich elke twee uur.

Nee, dan de honden. We zijn de gelukkige bezitters van twee Golden Retrievers, en in mijn hoofd kan ik dan rustig slapen, want honden zijn waaks. Hoop ik.


Afgelopen dinsdag keek ik naar ‘Opsporing Verzocht’. Als ik in mijn eigen huis ben, dan durf ik dit eigenlijk niet te kijken. Ja, alleen met de gordijnen dicht, handen voor m’n ogen en de helft van het programma verstopt achter de bank. Maar nu, met twee honden in m’n buurt, durfde ik het wel aan. Gewapend met twee honden op de bank - en toch stiekem de gordijnen gesloten, ben ik de avond doorgekomen.


Toen ik rond de klok van elf vanuit de woonkamer richting mijn ouderlijke slaapkamer verhuisde, ben ik toch eerst nog even langs de keuken geslopen om een koekenpan uit het keukenkastje te vissen. Just in case, zullen we maar zeggen. Het werd een nacht die in het leven van Nick Hoekman wel vaker voorkomt, weinig slaap, de tijd dodend met Bob Ross filmpjes op YouTube. Tot het moment dat ik iets van gestommel hoorde, het was klokslag drie uur. Voordat ik er een vinger op kon leggen waar deze vorm van onrust vandaan zou kunnen komen, hoorde ik het geluid van brekend glas, daarna begonnen meteen de twee als waakhonden fungerende Golden Retrievers als een bezetene te blaffen.


Ja, en wat doe je op zo’n moment? Mijn eerste reactie was: verstoppen onder het bed. Maar ja, ik ben momenteel verantwoordelijk voor dit huishouden, in mijn gedachten zag ik de gruwelijke beelden van vier door inbrekers afgeslachte en gevilde huisdieren al voor me. Nee, Nick, nu moet je opstaan, nu moet jij met je tweeëndertig jaar levenservaring het leven gaan redden van deze geliefde huisdieren.


Gewapend met de koekenpan - die nu toch wel goed van pas komt, sloop ik in mijn pyjama van de trap af, aangezien mijn oude kamer op zolder huisvest, moet ik vervolgens nóg een trap af voordat ik op de begane grond zou zijn. Er gingen duizenden dingen door m’n hoofd, zouden dit criminelen zijn die hebben gezien dat ik naar Opsporing Verzocht heb gekeken? En zijn deze lieden nu op strafexpeditie om iedereen om te leggen? (Ik kijk te veel series, i know)


Ik besluit het licht, dat zowel brandt op de overloop als in de hal, te dimmen. Ook gezien in series, dit zorgt voor een verrassingseffect. Terwijl mijn hartslag gelijkstaat aan de basdreunen uit een willekeurige Thunderdome plaat, hoor ik de honden nog steeds blaffen. ‘Gelukkig’, denk ik. Zolang de honden nog blaffen, zijn ze in ieder geval nog in leven. Ik sluip ook de laatste trap richting de woonkamer af, in mijn HEMA pyjama, gewapend met een koekenpan, lijk ik nog het meest op een stripfiguur uit de Donald Duck. Het uur U nadert, nú moet ik mijn heldendaad gaan verrichten, mijn Magnus opus, mijn levenswerk, mijn kans om op de voorpagina van de Stadskoerier te komen. Opeens komt het besef, ‘heb ik een tactiek?’, ‘gewoon schreeuwen Nick, gewoon heel hard schreeuwen’ hoor ik mezelf fluisteren.


Ik open de deur en met een ferme “AAAAAAAAAAAAAAAAAAH” als oerschreeuw dender ik al zwaaiend met de koekenpan de woonkamer in, de honden beginnen nóg harder te blaffen en ik begin op de tast te zoeken naar een lichtknop. Mijn handen gaan langs de muur, het licht floept aan. En wat schetst mijn verbazing? Geen inbrekers. Geen brute moordenaars op strafexpeditie. Nee. Naast de eettafel ligt er op de grond een kapot gevallen longdrink glas. Op diezelfde eettafel zit een kat. Die bezig is om na een longdrinkglas, nu ook een theeglas van de eettafel te drukken.


Zodra de kat in kwestie, Bökkers, mij ziet, komt ze naar me toe gehuppeld.


“Heb jij dit gedaan?”


“Miauw” *geeft kopjes*


“Nee, ik ben me het apezuur geschrokken gek, je krijgt geen brokjes”


“MIAAUUUWWWWWW PRRRRT MIAAAUW” *klimt, met scherpe nagels, tegen mijn pyjamabroek omhoog*

“Oké, een paar brokjes dan, voor de schrik”.

donderdag 28 september 2017

Hugh Hefner, bedankt.

Ria Valk, Viola Holt, Patricia Paay, Bettine Vriesekoop, Daphne Deckers, Froukje de Both, Sonja Silva, Katja Schuurman, Birgit Schuurman (Wel apart van elkaar, Katja en Birgit, gemiste kans),
Georgina Verbaan, Patricia Paay, Kelly van der Veer, Lieke van Lexmond, Patricia Paay, Kees uit Flodder, Do, Beertje van Beers, de dochter van Ludo Sanders én Britt Dekker. Zomaar een greep uit de stapel vrouwelijke, - en Kelly van der Veer, BN’ers die wij met een nietje door hun navel mochten aanschouwen.


Allemaal dankzij The Hugh. U weet wel, de meneer van de Playboy. Die enkel zo goed werd verkocht wegens de inhoudelijk prima interviews die in dit blad stonden. Al waren sommige interviews na verloop van tijd nogal lastig te lezen, omdat de pagina’s van dit tijdschrift de neiging hadden om aan elkaar te blijven plakken. Sinds de WiFi zijn intrede heeft gedaan, hebben we van dit probleem gelukkig geen last meer.


Eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat ik meer een Penthouse lezer was. Geen idee waarom, zoiets groeit. Waarom drinkt de ene man liever Heineken en de ander liever Amstel? Zo zal het ook met dit soort magazines zijn gegaan. Mocht u zich afvragen of ik dit gewoon thuis liet bezorgen, neuh. Maar tijdens de befaamde weekendjes weg met vrienden of de trainingskampen bij lagere seniorenelftallen, werden er naast vijftig blikken knakworst, een immense karrenvracht aan bier, ook het halve schap met tijdschriften geplunderd. En dat was feest. Het begon meestal vrij keurig, FHM, JFK, Esquire, VI, Donald Duck. Daarna begon het iets meer achttien plus te worden, met de Playboy en Penthouse. Om het mannenweekend compleet te maken, werden de Foxy, Passie en Candy in het winkelwagentje gebonjourd.
Na drie of vier biertjes, is er altijd wel iemand die schreeuwt ‘dat hij een betere Hugh Hefner dan Hugh Hefner zelf zou zijn’ en wat hij allemaal wel niet met die playmates zou doen. Mocht u denken dat alleen opgeschoten pubers van achttien deze taal uitslaan, neuh, het betreft bijzonder vaak vaders van in de dertig of veertig.   


Bijna elke man wil Hugh Hefner zijn. Wanneer je aan de meeste kinderen op de basisschool vraagt wat ze later willen worden, is het vaak iets van brandweerman, politieman, profvoetballer of ridder. Vraag je dit aan kinderen van twintig, dan staat profvoetballer nog steeds vrij hoog, maar als dat niet lukt, is Hugh Hefner ook goed. Het liefst een gecombineerde functie, van profvoetballer en Hugh Hefner. Inclusief Playboy Mansion, dat is een soort Vindicat onderkomen, maar dan in een luxe landhuis.    

Meneer Hefner, ik wil u bedanken voor alle Nederlandse playmates die u ons geschonken heeft. Zelfs Patricia Paay.

zondag 3 september 2017

We moeten naar het WK

Ik maak me zorgen. De kans is redelijk aanwezig dat ik tijdens de zomer van 2018 geen gegronde reden heb om op een willekeurige maandag en/of dinsdagavond naar de kroeg te gaan. Oranje, daar hebben we hier het over. De mannelijke AliExpress variant op de succesvolle vrouwenvoetbalsters. En die zouden, zo was het idee, volgend jaar in Rusland mee moeten doen aan het WK. En daar zit ‘m nou net de angel. Dat loopt niet. Nee. Dat loopt nog voor geen meter. Sterker, we moeten er serieus rekening mee gaan houden dat we - opnieuw - een eindronde gaan missen als Nederland. En inderdaad, ik zeg ‘we’. Want, ‘we’ winnen en ‘ze’ hebben verloren.

En vooralsnog gaan ‘ze’ dus niet naar het wereldkampioenschap voetbal. Ik weet dat half vrouwelijk Nederland er een moord voor zou doen om de zomer opnieuw zonder elke avond Jan Mulder en Johan Derksen op de televisie door te komen, maar wij mannen zijn dit verzetje nu eenmaal nodig. Net als twee keer per week Champions League, op donderdag de Europa League, vrijdagavond Jupiler League, zaterdag de lokale amateurs én - heel belangrijk - 'Match of the day’, zondag is Eredivisie en ten slotte hebben we de maandag gereserveerd voor de competitie uit Oezbekistan. In ruil daarvoor zetten wij het vuilnis buiten en liegen liefdevol dat je de knapste vrouw uit ons leven bent.

Daar moet dus in 2018 nog even een WeeKaatje aan toegevoegd worden. Met een Oranje tint. Zodat deze jongen weer een goed excuus heeft om op maandagavond een paar vazen bier naar binnen te harken. En ik weet wel dat we geen rol van betekenis zullen gaan spelen, maar ik hou gewoon van die weken rondom zo’n eindtoernooi. Heel Nederland is opeens weer lief voor elkaar. Kale mannen die elkaar op een verlaten bospad de hersenpan in lopen te rammen, staan dan ineens rood-wit-blauwe vlaggetjes op elkanders wang te schminken, die ene chagrijnige buurman lijkt met een opblaasbare oranje klomp op z’n hoofd ineens een stuk vriendelijker en papa’s & mama’s hebben meer feest in de slaapkamer. Of op het aanrecht, zo u wilt.

Daarom zou het voor Nederland goed zijn, de economie bloeit weer op, want papa wil een nieuwe 65 inch LED televisie, de diepvries vol bitterballen en een koelkast vol bier. Ons landje wordt dankzij het voetbal weer een eenheid, de driekleur met oranje vaan kan weer trots in de nok, politieke verschillen tellen niet meer wanneer Arjen Robben aan de bal is, Dick Advocaat als beschermheer van de polder. Dit alles is mogelijk wanneer ‘we’ weer gewoon naar het WK gaan.

Dat Wolter Kroes dan hoogstwaarschijnlijk met een nieuwe single komt, neem ik dan maar voor lief.

zaterdag 26 augustus 2017

Nieuw bekeravontuur

Oké, dit is niet echt waar ik over gedroomd hebt vannacht. Ik droomde vannacht dat Jacco Riemens Wout Weghorst door de benen speelde, om daarna de bal in de 89e minuut de 1-0 in de bovenhoek te janken. Als het geen publiekstrekker als PSV/AJAX/Feyenoord of Az zou worden, dan toch een BVO uit Brabant of Limburg. Die zo’n tripje hetzelfde beleven zoals ik naar de tandarts ga: ‘gewoon stil blijven zitten, dan is het allemaal zo voorbij’.

Dan is een loting tegen De Treffers wel een tegenvaller. Stiekem. Tweede divisie. Oké, wel thuis. Voor hetzelfde geld mag je op woensdagavond aantreden in en tegen Hoek. Hoek, dat is Nederland. Maar ligt acht kilometer dichter bij Parijs dan Antwerpen.

Wat wel een voordeel is, is dat we dit jaar weer een vracht spelers uit de A1 hebben laten doorstromen. Jongens, die nog toeschouwer waren tegen Fc Groningen, Fc Twente, ADO Den Haag & PSV. Jongens die weten hoe geweldig het is om zoiets mee te maken vanaf de tribune.

Wij zijn cupfighters, wij hebben vaker met dit bijltje gehakt. Maak dat we het boek over het honderdjarig bestaan van Sportclub Genemuiden moeten uitbreiden met zestien pagina’s, door opnieuw een doldwaas bekeravontuur.

Ik heb er zin in, u ook?

maandag 14 augustus 2017

Nickje en de jacht op het verjaardagscadeau

De nacht van twaalf op dertien augustus, 1993.


Nah, ze leggen de sinterklaascadeautjes hier toch ook altijd neer? Uiterst voorzichtig kruip ik over de zolder, onderweg stoot ik zowel mijn linker voet als mijn rechterknie aan een stoel die al zo lang ik het me kan herinneren staat te verstoffen op de hoogste etage van ons huis. Zo’n stoel waarvan m’n moeder het zonde vindt om het weg te gooien, maar in de woonkamer is er ook geen plek meer voor. En ik weet precies waar deze stoel ook staat, want in de vakanties is het mijn troon, de troon van ‘Paleis Nick’, (Paleis Nick is een hut, gemaakt van dekens die over de waslijn op zolder zijn gegooid, in het midden staat de verbannen woonkamerstoel waarop ik in de vakanties Donald Ducks lees met behulp van een zaklamp. Als het onweert ga ik er ook stiekem heen, niet doorvertellen aan m’n ouders) Normaal zie ik de stoel ook, want dan heb ik het licht op zolder aan. Nu niet. Als ik het licht aan zou doen, weten m’n ouders meteen dat ik op zolder aan het rondsnuffelen ben. En dat is niet de bedoeling.


Nee, dat is totaal niet de bedoeling. Ik ben op jacht, op een verkenningsmissie. Hoeveel leed kun je een kind aandoen, door de cadeautjes voor iemands verjaardag al in huis te hebben en vervolgens te verstoppen op zolder? Daarom kruip ik nu in het pikkedonker over de ietwat stoffige vloer van de zolder. En hoewel mijn moeder altijd zegt dat er geen enge monsters bestaan, ben ik er hier in het duister van de nacht op zolder niet helemaal meer zeker van. Dat het volle maan en stormachtig is, helpt ook niet echt mee. Voor de zekerheid heb ik m’n Bert & Ernie knuffels meegenomen, just in case.


Als een volleerde James Bond kruip en rol ik over dozen en kisten, op zoek naar iets met inpakpapier. Ik heb het vermoeden dat m’n ouders afweten van m’n nachtelijke avonturen rond veertien augustus, want ze hebben het dit jaar wel heul goed verstopt. Of ze hebben geen cadeautjes voor hun enige - en daarmee ook meteen knapste, zoon in huis gehaald. Kan ook. Net op het moment dat ik mijn Bert & Ernie knuffels in de ring wou gooien, zie ik door het licht van de volle maan vanuit mijn ooghoeken een voor mij vreemd object, gecamoufleerd met een van dekens van mijn paleis. Wat is dit? Dit staat er normaal nooit. In mijn enthousiasme ren ik naar mijn vermoedelijke verjaardagscadeau, onderweg stap ik op een verdwaalde Baby Born pop van m’n zusje. U weet wel, zo’n apparaat wat ook nog eens een bak lawaai produceert zodra je het aanraakt. En dat deed het dus. Nooit geweten dat een Baby Born pop zoveel herrie kon maken. Uit een reflex smijt ik het stuk kinderspeelgoed van me af, met een doffe klap komt het terecht tussen de fotoboeken van m’n ouders trouwerij.


Mijn vermoeden is bevestigd: Nick Hoekman heeft ook dit jaar weer voortijdig zijn verjaardagscadeau gevonden. Met militaire precisie peuter ik aan de de vouwnaden van het inpakpapier het plakband los, hierdoor kom ik te weten dat er voor dit jaar een drumstel op mijn verjaardag gepland staat. Wat een toeval, dat stond ook bovenaan op mijn lijstje.
Heel voorzichtig plak ik het pakket weer dicht, het extra rolletje plakband wat ik voor de zekerheid mee had genomen, was niet nodig. Samen met Bert & Ernie kruip ik voldaan in bed, om alvast te dromen over een concert in Sesamstraat: Bert op gitaar, Nick op drums, Ernie op keyboard en Pino is de zanger.


Veertien augustus, 1993.


“Lang zal hij leven in de gloria”, m’n ouders en zusje komen al zingend de slaapkamer binnengelopen. Leuk, dat gezang, maar het is nu vooral tijd om het pakpapier van mijn drumstel af te scheuren. Ik ren de trap af, loop de kamer in, en daar staat het vierkante gevaarte. Vluchtig check ik nog snel of ik tijdens mijn nachtelijke avontuur geen sporen heb achtergelaten op het cadeau, maar ik kan niks noemenswaardig ontdekken.


“Nou Nick, wat zou daar nou inzetten hè”


Ik lach bescheiden en kijk vragend naar m’n moeder, die begrijpt wat ik bedoel, knikt en zegt “Toe maar”.


Als een piranha die een kip aan het verslinden is, daar moet het op geleken hebben.


“En Nick, wat vind je er van?”

Wauw, een drumstel. Dat had ik echt niet verwacht.

donderdag 10 augustus 2017

Mijn eerste jongerenvakantie

Vijftien jaar, toen ging ik voor het eerst zonder m’n ouders op vakantie. U weet wel, zo’n vakantie waarin je voor het eerst zelfstandig bent. En zelfstandig zijn houdt in dat je ook je eigen ontbijt mag bepalen zonder dat moeders zich ermee bemoeit. Lang leve het ontbijten met broodjes kroket. Want, kroketten zijn het beste tegen een kater. (Misschien is een appel dat ook wel hoor, maar daar heb ik dan nooit zo’n zin aan).


Goed, vijftien jaar was ik dus. Zonder ouders, de hele wereld lag voor ons open. We konden gaan en staan waar we wilden, wij, een groep van twintig opgeschoten tieners die op het punt stonden om deel uit te maken van de grote mensenwereld, niks was onmogelijk en als echte avonturiers trokken we met een sporttas gevuld met schone onderbroeken en een pot gele gel van de kruidvat de wijde wereld in. Ik hoor u denken: ‘Miami’, ‘Ibiza’, ‘Kreta’, ‘St Tropez’, of misschien gewoon 24 uur in een touringcar naar Lloret de Mar? Of anders Terschelling? Nee, niks van dat alles. Mijn eerste jongerenvakantie was hemelsbreed dertig kilometer van mijn eigen bed verwijderd: Ommen.


In Ommen heb je een jongerencamping - Dennenoord, en hier sloegen wij ons tentenkamp op. Een tentenkamp dat bestond uit twee verkapte circustenten waarvan er eentje werd ingericht als slaapvertrek en in de andere werden de koelkasten geïnstalleerd en vakkundig volgestapeld met bier, terwijl de speciaal voor deze vakantie aangeschafte ghettoblaster werd ingewijd met cd’s van Rammstein, Jovink en Aprés Skihut deel vijf. Kortom, het begon goed.

Maar zoals altijd zijn het de vrouwen die de vakanties verpesten, zo ook nu. Haar naam was Moeder Natuur en ze vond het nodig om de Hollandse zomer te voorzien van een traditionele bak regen. Toen kwam ook het moment dat we er achter kwamen dat onze slaaptent zich in een soort van kuil bevond. Met als gevolg dat onze slaapvertrek volliep met water en wij ons ongeveer konden inbeelden hoe het op de Titanic moest zijn geweest. Gelukkig waren we toen ook al heel innovatief ingesteld, want met een paar lege kratten bier onder het luchtbed is het ergste leed wel geleden. (Ook het leegmaken van deze kratten bier had een positieve uitwerking op het geheel).


Ik hoor u denken: ‘Leuk, Nick, zo’n verkapt scoutingstripje met je vrienden naar Ommen, maar werd er nog een beetje gestapt?’. Zeker wel. Oké, het centrum van Ommen is nu niet bepaald een barstrip zoals we die kennen van Cherso of Mallorca, maar we zaten vlakbij uitgaanscentrum ZaalDijk. En - dit is het mooiste, op de camping hadden ze ook een soort van kleine discotheek gebouwd. Of een grote keet, het is maar net hoe zonnig je het inziet. Voor het gemak noemden we dit bouwval ‘StalDijk’, omdat het gebouwd was in een - u verwacht het niet - stal. En hier werden elke avond dappere pogingen ondernomen om de aanwezige dames in te palmen met slechte openingszinnen en oprechte complimenten.

Of het mij gelukt is? Mwoah, ik had op mijn vijftiende nog niet in de gaten dat badslippers, witte sportsokken en een shirtje van Jovink niet echt bepaald een babe magnet zijn. Zelfs niet in StalDijk.

woensdag 2 augustus 2017

Mijn Ajax kapper

Er zijn veel dingen die ik jullie kan aanraden, zoals een Ajax mok voor op het werk. Zodat je de hele dag het Ajax logo richting je collega kunt draaien die voor een concurrerende clubs is. Of, een hamster. Voor de momenten dat er een speler het veld in komt die je niet zo leuk vindt en hierdoor de hamster kunt gaan aaien (Zelf gebruik ik ze altijd als stressbal, maar dat mag je niet hardop zeggen van de dierenbescherming)


Maar wat ik echt iedereen kan aanraden: zoek een Ajax kapper. Ik heb er namelijk een, zo’n Ajax kapper. Nou ja, het is niet echt een Ajax kapper, maar per toeval kwamen we erachter dat we dezelfde grote voorliefde hebben voor de Amsterdamsche voetbal grootmacht. En dat is ook wel zo fijn, echt. Er is niks ellendiger dan naar een kapper te gaan waar vrouwen met zo’n droogkap op zich naast je de Libelle zitten te lezen. Ondertussen vraagt de kapster van dienst of je al vakantieplannen hebt voor dit jaar, zo ja > waar ga je heen. Zo nee > waarom niet. Als de vakantieplannen zijn besproken komen ze meestal uit op het weer van die dag en de weersverwachtingen van de aankomende week. Kortom: je zit er niet voor je plezier.


Goed, hier heb ik dankzij mijn Ajax kapper dus geen last meer van. Zodra ik in de stoel zit, gaat het gesprek voor 98% over Ajax. De overige 2% gaan over hoe ik het geknipt wil hebben, vanochtend was ik er weer eens, want op matchday moeten de haartjes fresh zitten.  


“En? Hoe wil je het hebben? Zoals gewoonlijk?”


  • Ja, doe maar gewoon kort, lekker zomers


“En? Wat verwacht je er van vanavond?”


  • Sowieso winst man, echt. Ik denk 2-0. Jij?


“Ja ook, ik denk zelfs 3-0, helemaal nu die geflipte italiaan er niet bij is bij Nice”


  • Haha, ja, wat een figuur is dat joh. Dan mag Dolberg wel emotieloos zijn, dat liever dan deze uit de kluiten gewassen soepstengel


“En de vriendin van Dolberg is ook veel lekkerder dan die van Maffe Mario”


  • Kan ook snel, want Balo is vrijgezel


“Oh echt? *checkt Instagram* Oh ja, je hebt gelijkt”


Goed, hierna kwam ik erachter dat gesprekken met de kapper ook gevaarlijk kunnen zijn en je dus goed moet opletten wat je zegt, maar helemaal wánneer je ze zegt:


  • Wat vind je van het aantrekken van Lamprou dan? Best een redelijke keeper toch?


Op dit moment was de kapper bezig met de tondeuse, bij het horen van de naam Lamprou begon hij iets te grommen en dirigeerde de tondeuse recht m’n oor in. Hierna vroeg de kapper of ik nog vakantieplannen had en of ik de weersverwachtingen voor de komende dagen al had gezien.

Vanavond kijk ik Ajax - Nice met een stel vrienden. Die gaan geheid vragen waarom er een pleister op m’n oor zit. En dan moet ik dus gaan uitleggen dat dit door Kostas Lamprou komt. Bij mij heeft de ietwat kleine Griekse keeper nu al een onuitwisbare indruk achtergelaten.